Buigpeesletsel duim

Hoe gaat de buigpeesoperatie van uw duim? U heeft een buigpeesoperatie aan de duim ondergaan. Voor verdere behandeling komt u na uw operatie bij de handtherapeut terecht voor de nabehandeling van de buigpeesoperatie.

Aan de binnenkant van de duim loopt een buigpees. Deze zorgt ervoor dat de duimgewrichten kunnen buigen. Om deze pees zit een koker: de buigpeeskoker. Om de duim goed te kunnen buigen en strekken, moet de pees gemakkelijk kunnen bewegen en soepel door de buigpeeskoker kunnen glijden.

Buigpeesletsel na de operatie

Tijdens uw operatie is de buigpees gehecht. Dat wil niet zeggen dat de pees gelijk weer op volle sterkte is. De eerste twaalf weken bestaat nog de kans dat de pees opnieuw gaat scheuren. Dit vindt plaats bij (onverwachte) bewegingen. Echter wanneer de duim alleen stil wordt gehouden kunnen er bewegingsbeperkingen ontstaan. Bij het herstel van de pees ontstaat er altijd (in meerdere of mindere mate) littekenweefsel. Juist dit littekenweefsel kan problemen veroorzaken, zoals verklevingen. Als er te veel littekenweefsel ontstaat, kan de pees onvoldoende ten opzichte van de buigpeeskoker glijden. De duim kan dan niet meer volledig gebogen of gestrekt worden.

Nabehandeling buigpeesletsel

Een goede nabehandeling zorgt ervoor dat de pees voldoende rust krijgt om te genezen, maar ook voldoende beweging krijgt om soepel te blijven glijden in de peeskoker, zodat er geen bewegingsbeperkingen ontstaan. De nabehandeling is ingedeeld in 3 fasen. In elke fase doet u andere oefeningen voor de duim. De handtherapeuten doen de oefeningen dus altijd samen met u, voordat u deze thuis zelfstandig kunt uitvoeren. Door het uitvoeren van onderstaand oefenprogramma is de kans op het opnieuw knappen van de pees aanzienlijk kleiner. Wij raden u aan dit oefenprogramma dus zorgvuldig te volgen.

Fase 1 (week 0 t/m 4 na de operatie)
De eerste vier weken na de operatie krijgt u een spalk aangelegd, ook wel een Kleinertspalk genoemd. In de spalk wordt de duim gebogen door een touwtje (veertje) dat aan de nagel vastzit. Dit is nodig omdat er geen kracht gezet mag worden met de gehechte buigpees. Het touwtje (veertje) neemt tijdelijk de functie van de buigpees over. U mag wel zelf strekken in de spalk, uw strekpees is namelijk niet kapot. Het is zelfs belangrijk dat u de duim volledig strekt. Op deze manier is het mogelijk de gehechte pees te laten bewegen zonder dat er te veel kracht op de peeshechting gezet wordt. Als u de pees laat bewegen (glijden), voorkomt u zoveel mogelijk verklevingen.

Fase 2 (week 5 en 6 na de operatie)
Na vier tot zes weken mag de spalk af. Als de arts hier goedkeuring voor geeft en krijgt u een polsbandje. U blijft de spalk ’s nachts en in een drukke omgeving gewoon dragen.

Fase 3 (week 7 t/m 12 na de operatie)
Vanaf de zevende week mag de polsband af en hoeft u ’s nachts de spalk niet meer te dragen. U mag nu zonder kracht te zetten lichte dagelijkse activiteiten verrichten (zie hieronder). Uw therapeut bespreekt met u wat u wel en niet mag doen. Mocht u twijfelen of activiteiten wel of niet mogelijk zijn kunt u dit altijd vragen aan uw handtherapeut. De oefeningen blijven belangrijk. Onder begeleiding van de therapeut worden de oefeningen verder uitgebreid.

Tijdens de zevende en achtste week mag u niet meer dan een halve kilo gewicht met uw geopereerde hand tillen. Als uw hand rood en/of dik wordt of gaat zweten, dan wordt de hand te veel en/of te zwaar ingeschakeld. Verminder dan uw activiteiten in overleg met uw therapeut en/of arts.

Uw hand mag weer gebruikt worden tijdens het wassen, aan- en uitkleden, eten en dergelijke. Zware voorwerpen (zoals een winterjas) moeten wel met de goede hand gedragen worden. Alleen lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals afstoffen en afwassen van kopjes en ontbijtborden, mag u proberen zelf te doen. Zware voorwerpen mag u nog niet tillen. Zelfstandig autorijden, motorrijden, fietsen of iets dergelijks, is nog niet toegestaan. Het hervatten van werk en het uitoefenen van sportactiviteiten of hobby’s is alleen toegestaan na overleg met uw therapeut en/of arts.

Vanaf de negende week mag de belasting van uw hand opgebouwd worden naar een kilo. Autorijden en fietsen is weer veilig vanaf week 10. Het hervatten van werk evenals het uitoefenen van sportactiviteiten of hobby’s blijft alleen toegestaan na overleg met uw therapeut en/of arts. Na 12 weken mag u de hand weer volledig belasten, mits er geen complicaties zijn en u geen zwaar belastend werk heeft. Mocht u nog vragen hebben kunt u altijd terecht bij uw handtherapeut.

Gebruik van de spalk

Hieronder volgen een aantal gebruiksaanwijzingen voor de spalk:

  • houd de spalk in principe 24 uur per dag om;
  • doe de spalk één keer per dag 10 à 15 minuten af om de hand te laten ‘luchten’;
  • laat de spalk er door derden afhalen;
  • haal de spalk er in een veilige en rustige omgeving af (zo voorkomt u onverwachtste bewegingen);
  • laat daarna uw hand in gebogen houding rusten, zo staat er de minste spanning op de pees;
  • laat het kousje dagelijks door derden wisselen na instructie van de therapeut;
  • laat de spalk door derden met lauwwarm water en zeepsop schoonmaken;
  • leg de spalk niet bij een warmtebron, zoals op de verwarming of in de zon.

Oefeningen na week 7

Bij de ze oefening moeten de bewegingen langzaam worden uitgevoerd. De buigpees mag rustig worden aangespannen.

  • maak de duim en vingers helemaal recht, waardoor de pols en hand op één lijn staan;
  • maak met de duim om de beurt elk van de drie positief: allebei de gewrichten buigen, alleen het eerste gewricht en alleen het tweede gewricht buigen;
  • houd iedere positie 5 tellen vast;
  • maak de duim na elke positie eerst weer helemaal recht, daarna wordt de duim pas in de volgende positie geplaatst;
  • herhaal elke positie 5 keer en doe de oefeningen 3 keer op een dag.

Oefeningen polsbandje

Oefening 1

  • uitgangshouding: laat uw hand ontspannen naar voren hangen;
  • beweeg uw pols rustig naar achteren, laat de duim daarbij ontspannen liggen;
  • houd de pols vijf tellen vast, laat de pols weer rustig naar voren vallen;
  • herhaal deze oefening 3 keer op een dag tien keer achter elkaar.

Oefening 2

Bij deze oefening moet het touwtje los gemaakt worden. U legt de hand op tafel met de pols in een licht gebogen stand.

  • buig met behulp van de goede hand gewricht 2;
  • maak gewricht 1 met de goede hand helemaal recht en houd deze stand twee tellen vast;
  • buig de duim weer helemaal krom en laat dan pas de duim los;
  • doe dit 3 keer op een dag en herhaal de oefening 10 keer.

Oefeningen zonder polsbandje (place-hold oefeningen)

Bij deze oefeningen buigt u met de goede hand de geopereerde hand in de gevraagde houding. Let op dat uw pols niet naar achteren buigt!

Oefening 3

  • buig met de goede hand de duim van de andere hand in beide gewrichten;
  • laat de geopereerde hand deze stand vasthouden en verwijder de goede hand;
  • houd deze stand 5 tellen vast;
  • ontspan de geopereerde hand zo goed mogelijk;
  • buig daarna met de goede hand alleen het eerste gewricht van de duim en houd deze vijf tellen vast;
  • ontspan de geopereerde hand zo goed mogelijk;
  • buig tenslotte met de goede hand alleen het tweede gewricht van de duim en houd deze vijf tellen vast;
  • maak deze drie posities om de beurt en doe dit 5 keer achter elkaar;
  • doe de oefening in totaal 3 keer op een dag en herhaal de oefening 5 keer.

Aandachtspunten

Wij raden u het volgende aan:

  • masseer het littekengebied met calendulazalf als de hechtingen verwijderd zijn en de wond genezen is;
  • gebruik de geopereerde hand niet tijdens dagelijkse activiteiten;
  • autorijden, motorrijden, fietsen en sporten is niet veilig. De pees is nog niet sterk genoeg en kan knappen.

Oefeningen spalk

Oefening 1

Uitgangshouding: ontspan uw hand in de spalk, waardoor de duim door het veertje gebogen wordt.

Uitvoering:

  • strek de duim;
  • zorg dat de nagel tegen de spalk aankomt;
  • houd deze stand drie tellen vast en ontspan vervolgens de duim en vingers (de duim buigt vanzelf terug door het veertje);
  • herhaal dit overdag elk uur tien keer achter elkaar.

Oefening 2

Bij bovenstaande oefening bewegen beide kootjes van de duim. Door een extra fixatie in de spalk kan alleen de duimtop bewogen worden. Dit is belangrijk om verklevingen tegen te gaan. De fixatie hoeft alleen tijdens deze oefening omgedaan te worden.

Uitvoering:

  • strek de duimtop;
  • zorg dat de nagel tegen de spalk aankomt;
  • houd deze stand drie tellen vast ;
  • ontspan de duim, de duimtop buigt nu vanzelf terug;
  • herhaal dit overdag elk uur tien keer achter elkaar.

Oefening 3

De duim heeft twee gewrichten.

Deze oefening wordt in de spalk uitgevoerd. Het touwtje moet wél tijdelijk worden losgemaakt.

  • buig met behulp van de goede hand gewricht 1 helemaal krom;
  • maak gewricht 2 met de goede hand zo recht mogelijk en houd dit weer twee tellen vast;
  • buig de duim weer helemaal krom en laat dan pas de duim los;
  • herhaal dit overdag elk uur tien keer achter elkaar.

Aandachtspunten

Na de buigpeesoperatie zijn de volgende punten van belang:

  • voorkom dat uw hand / pols dik wordt. Dit kunt u het best doen door: tijdens het staan en lopen uw arm niet te laten afhangen, maar deze zoveel mogelijk hoog te leggen en ’s nachts uw hand / onderarm op twee kussens hoog te leggen;
  • beweeg uw vingers (duim niet!), elleboog en schouder regelmatig om de gewrichten soepel te houden;
  • gebruik de geopereerde hand niet tijdens dagelijkse activiteiten;
  • houdt de spalk ook tijdens het douchen om (doe eventueel een plastic zak om de spalk en houdt uw hand hoog);
  • masseer het littekengebied met calendulazalf als de hechtingen verwijderd zijn en de wond dicht is (zal u worden uitgelegd door de handtherapeut);
  • autorijden, motorrijden, fietsen en sporten is niet veilig (de pees is nog niet sterk genoeg en kan knappen).